Brief aan de eerste Kamer

Op verzoek van de briefschrijvers dit bericht verder te verspreiden, voldoen wij graag:

Brief aan Eerste Kamer 

Vandaag heeft de Eerste Kamer een brief ontvangen van Frank Ankersmit en Gustaaf Biezeveld  (beiden op persoonlijke titel) over de opmerkelijke gang van zaken bij de voorbereiding en verdediging van het voorstel tot samenvoeging van Haren met Groningen door de provincie
en de ministers Plasterk en Ollongren.

In de bijlage bij deze brief worden vijf cruciale voorbeelden van onjuiste informatieverstrekking door minister Ollongren aan de Eerste Kamer beschreven. Dit mede met het oog op de tweede ronde van schriftelijke vragen over het wetsvoorstel, waartoe de Commissie BiZa/AZ vorige week besloot.

Hopelijk zal deze brief de senatoren tot nadenken stemmen.


Onderwerp: ‘Bij twijfel niet inhalen’ Glimmen/Haren, 25 juni 2018 (wetsvoorstel 34 805)

Geachte mevrouw de Voorzitter, geachte leden van de Eerste Kamer,

Met waardering namen wij kennis van het voorlopig verslag van de vaste commissie voor BiZa/AZ d.d. 12 juni 2018 n.a.v. het wetsvoorstel tot samenvoeging van de gemeenten Groningen, Haren en Ten Boer. Tevens namen wij kennis van de memorie van antwoord. Helaas heeft minister Ollongren diverse vragen niet of niet juist beantwoord, ondanks de grondwettelijke plicht tot het geven van de door een of meer leden verlangde inlichtingen (zie bijlage: vijf cruciale voorbeelden). Dit staat niet op zichzelf. Ook in de memorie van toelichting bij dit wetsvoorstel en in schriftelijke en mondelinge antwoorden van de minister op vragen van de Tweede Kamer is de waarheid helaas geweld aangedaan.

Met ons vragen velen in Haren zich af waarom de regering de provincie Groningen op haar woord gelooften volgt en bij herhaling in de positie brengt van ‘de slager die zijn eigen vlees keurt’. Daarentegen iswerkelijk alles wat vanuit Haren is gedaan om de aandacht te vestigen op de onjuiste voorstelling van zaken door de provincie en de regering, tot nu toe zonder resultaat gebleven. Wat zit hier achter?

Ondergetekenden kunnen zich niet anders dan bij de aantoonbare feiten houden en verwijzen daarom nogmaals naar de reeds door het Burgercomité Haren ingebrachte stukken.
Terugkijkend op het feitelijke herindelingsproces is het ons opgevallen dat zich vanaf begin maart 2016 met betrekking tot Haren een reeks van opmerkelijke gebeurtenissen heeft voorgedaan die een zodanige innerlijke consistentie vertoont dat zij niet kan worden afgedaan als een toevallige samenloop van omstandigheden. Om een tot nu toe niet verklaarde reden achtten de coalitiepartijen in het provinciebestuur van Groningen zich ten aanzien van de gemeente Haren niet langer gebonden aan hun gezamenlijke uitgangspunt dat in deze statenperiode geen enkele gemeente in de provincie Groningen tegen haar wil wordt gedwongen tot een herindeling. Een afspraak die op 1 september 2015 werd omgezet in een collegebesluit. Aan de voorwaardelijke toezegging van GS dat Haren zelfstandig zou kunnen blijven, achtten zij zich evenmin nog gebonden, toen de gemeente de gestelde voorwaarden bleek te hebben vervuld. Dat een ruime meerderheid van de bevolking en van de raad zich tegen herindeling met Groningen en Ten Boer hadden uitgesproken, bleek voor de provincie geen factor van betekenis te zijn.

Echter, veel zeer teleurgestelde burgers van Haren, waaronder veel trouwe VVD-, CDA- en D66-kiezers, zijn er inmiddels van overtuigd dat de gedwongen herindeling is terug te voeren op een geheime afspraak. Die zou enkele jaren geleden zijn gemaakt in het provinciehuis, met medeweten/-betrokkenheid van ‘Den Haag’. Het gerucht is dermate hardnekkig dat ze nu ook in de omgeving van het provinciehuis rondzingt. Gelet op de eerder genoemde feiten kan o.i. niet op voorhand worden uitgesloten dat dit gerucht een kern van waarheid bevat. Een andere plausibele verklaring ontbreekt voor de uiterst vreemde gang van zaken, waarvan wij geen vergelijkbare voorbeelden op het vlak van herindeling kennen.

Daarom achten wij het onze plicht u hierover te informeren en te wijzen op de implicaties van een eventuele deal voor de rechtmatigheid van het wetsvoorstel.

page1image3765072page1image3767568

1

Een politieke deal is, zoals u weet, niet uitzonderlijk en op zichzelf ook niet laakbaar, mits zij inhoudelijk niet contra legem is. Echter, dit is wel het geval bij een deal als die waarover het gerucht gaat. De Wet algemene regels herindeling (arhi) laat de provincie namelijk geen ruimte om bij een herindelingsprocedure van meet af aan op één uitkomst aan te sturen. Evenmin laten de wet en de goede zeden, i.c. de waarden en normen die in onze rechtsstaat voor het openbaar bestuur gelden, toe dat een herindeling, tegen de wil van een ruime meerderheid van de raad en de bevolking, desnoods met alle macht wordt doorgedrukt en de democratie buitenspel wordt gezet; iets wat zich op provinciaal niveau daadwerkelijk heeft voorgedaan.Zo’n overeenkomst is van rechtswege nietig wegens strijd met de wet en/of de goede zeden. Wat meebrengt dat de handelingen ter uitvoering ervan zonder rechtsgrond zijn verricht en moeten worden teruggedraaid. I.c. de besluiten op grond van artikel 8 Wet arhi en de door de provincie en de regering verrichte handelingen ter voorbereiding van het wetsvoorstel. Dat de rechtmatigheid van het wetsvoorstel in het geding is, zou niet zonder gevolgen mogen blijven voor de behandeling ervan.

Het aannemen van een wet waarbij een gemeente wordt opgeheven, gevolgd door plaatsing ervan in het Staatsblad, heeft onomkeerbare gevolgen voor die gemeente en haar burgers. In dit geval een gemeente die al jaren behoort tot de top-drie van beste woongemeenten van Nederland (Elsevier Weekblad) en waar de inwoners en ondernemers zich prettig voelen.

Zolang het bestaan van een geheime afspraak over herindeling van Haren niet door onafhankelijk onderzoek is bevestigd, dan wel uitgesloten, blijft onzeker of het wetsvoorstel, voor zover het Haren betreft, had mogen worden voorbereid, dan wel had mogen worden voorbereid op de manier waarop dit is gebeurd.

In gevallen waarin er een serieus te nemen signaal is dat er mogelijk iets mis is met de voorbereiding van een wetsvoorstel, is het o.i. raadzaam om het zekere voor het onzekere te nemen. In dit geval is hiervoor ook de ruimte. De gemeente Haren valt niet om, zoals minister Ollongren in de Tweede Kamer heeft bevestigd, – integendeel, de jaarrekening 2017 laat zien dat de financiën volgens plan gezond worden -. binnen de Regio Groningen raakt Haren niet ‘verweesd’ en het welslagen van de samenvoeging van Groningen en Ten Boer is niet afhankelijk is van deelname van Haren.

Het begint er, wat ons betreft, op te lijken dat goede argumenten en juiste informatie en zelfs draagvlak niet meer voor de wetgever ter zake doen. Desondanks hopen wij op Uw Kamer: bega geen historische vergissing en doe geen onrecht aan de burgers van Haren.

Hiertoe geven wij u in overweging om bij de minister aan te dringen op (onafhankelijk) onderzoek naar het bestaan van een geheime afspraak over samenvoeging van Haren met Groningen en Ten Boer en de invloed ervan op zowel de voorbereiding en verdediging van het wetsvoorstel door de provincie Groningen en de regering als de besluitvorming door de Tweede Kamer. En de minister te verzoeken, in afwachting van de uitkomsten ervan, op zo kort mogelijke termijn een gewijzigd wetsvoorstel (novelle), zonder opheffing van de gemeente Haren, aan de Eerste Kamer aan te bieden.

Velen in Haren zullen u dankbaar zijn.

Hoogachtend,
Prof. dr. Frank Ankersmit,

w.g.
lid van de Buitenste Kring Staatscommissie Remkes

Prof. mr. dr. Gustaaf Biezeveld,w.g.
oud-officier van justitie

2

Bijlage: vijf cruciale voorbeelden van onjuiste informatie door de regering in MvA EK (34 805)

page3image3771312

1. ‘Zelfstandig Haren heeft geen robuuste en bestuurskrachtige toekomst in regionaal perspectief’(antwoord op vragen VVD, PVV, CU, SGP, OSF c.s.) – de feiten:

  •   Uit het besluit van GS d.d. 28 juni 2016 blijkt zonneklaar dat het oordeel van GS ‘dat, alles afwegende, een zelfstandig Haren geen (financieel) robuuste en bestuurskrachtige toekomst in regionaal perspectief heeft’, uitsluitend berust op de aanname in het (toen al achterhaalde) toetsingsrapport van B&A (10 juni 2016) dat de noodzakelijke bezuinigingen en lastenverhogingen om de financiën op orde te brengen ingrijpende gevolgen hebben voor de inwoners, de voorzieningen en de ambtelijke organisatie van Haren. Aan deze opvatting ligt geen eigen analyse door de provincie van het ombuigingspakket van de raad en de andere onderdelen van het verbeterplan ten grondslag. Dit ontbreken van zo’n analyse blijkt ook uit het herindelingsadvies (§ 2.3.1, ad 3). Hieraan moet nog worden toegevoegd dat uitgerekend de financiële onderbouwing van het standpunt van B&A tekortschiet: B&A baseerde zijn toekomstverwachting op het ombuigingspakket dat het college van Haren had voorgesteld (niet op het definitieve pakket dat op 15 juni door de raad werd vastgesteld) en zonder er een grondige analyse van te maken; dit bureau heeft daarvoor namelijk niet de vereiste expertise in huis. Hieronder wordt bij voorbeeld 4 meer gedetailleerd ingegaan op dit fundamentele gebrek in de standpuntbepaling van GS.
  •   Hier komt nog een saillant punt bij. Op een vraag van de OSF c.s. kwam het antwoord: ‘Het is nog te vroeg om uitspraken te doen over de gevolgen van de uitvoering van het ombuigingspakket voor de inwoners, collectieve voorzieningen en de gemeentelijke organisatie, zoals het ook lastig is om te beoordelen of het ombuigingspakket voldoende zal zijn om de financiële positie van Haren duurzaam te verbeteren’. Met dit dubbele voorbehoud plaatst de regering de facto grote vraagtekens bij het stellige en voor de bestuurlijke toekomst van Haren beslissende oordeel van GS op 28 juni 2016. En ook bij het opportuniteit van dat oordeel in dat stadium van het proces.
  •   Op verzoek van het Burgercomité Haren onderzocht prof. dr. Allers/COELO (zomer 2016) of de financiële overwegingen van GS inderdaad een valide argument vormden voor de door de provincie gewenste herindeling. Zijn conclusies:
    (1) ‘Het antwoord is nee. De financiële positie van Haren is zwak. Maar deze vormt geen acuut probleem. Deprovincie heeft dat in zijn rol als financieel toezichthouder ook niet aangegeven. De financiële positie van Haren is bovendien niet uitzonderlijk. Er zijn veel gemeenten die er vergelijkbaar voorstaan. (…) De zwakke financiële positie is het gevolg van door Haren in het verleden gevoerde beleid, niet van door de gemeente onbeïnvloedbare omstandigheden. Met voldoende politieke wil kan het probleem door de gemeente zelf worden opgelost. Met andere woorden: Haren heeft geen structureel financieel probleem.

    (2) ‘Haren heeft met dat doel een ombuigingspakket samengesteld. De voorgestelde combinatie van belasting verhogen en bezuinigen maakt het mogelijk begrotingsoverschotten te realiseren. Daarmee kan de reservepositie worden verstevigd en de schuldpositie worden verlaagd. Zo wordt de begroting van Haren flexibeler en zal de gemeente weer beter in staat zijn tegenvallers op te vangen en nieuwe prioriteiten te bekostigen. Voor een verbetering van de financiële positie zullen de inwoners van Haren wel offers moeten brengen. Het voorzieningenniveau zal omlaag gaan. Maar ook herindeling zou het hoge voorzieningenniveau van Haren waarschijnlijk verlagen en de belasting voor Harense huishoudens en bedrijven verhogen. Binnen de nieuwe gemeente zouden voorzieningen en belastingen immers worden gelijkgetrokken.’ Met andere woorden: het gemeentelijke ombuigingspakket was en is met het oog op een (financieel) robuuste en bestuurskrachtige toekomst van Haren het juiste antwoord op de financiële tekortkoming, die in de rapporten van externe bureaus werd aangewezen.

  •   Reactie van GS op het COELO-rapport (RTV Noord 30 aug. 2016): ‘Er staat niets nieuws in het rapport. (…)Wij zijn niet verbaasd over de resultaten. Andere argumenten hebben ook een rol gespeeld in het advies voor herindeling.’ Deze uitspraak vindt echter geen steun in het besluit van GS d.d. 28 juni 2016, daarin is enkel het veronderstelde financiële perspectief het argument. GS reageren voorts:

page3image3771520page3image3771728page3image3771936

3

‘Alleen ze [COELO] zeggen dat er geen acute aanleiding is voor herindeling. Maar wij hebben uiteindelijk als provincie de verantwoordelijkheid om ook naar de toekomst te kijken.’ Deze uitspraak suggereert dat het COELO niet naar de toekomst keek, maar het COELO-rapport geeft in zijn toekomstperspectieven ruimschoots en nadrukkelijk aan dat die suggestie elke grond mist.

 De uitvoering van het ombuigingspakket toont inmiddels het gelijk van prof. Allers aan. Blijkens de jaarrekening 2017 verloopt de ombuiging volgens plan en levert het de noodzakelijke resultaten op, terwijl er geen enkele voorziening is gesneuveld (!):

  • –  solvabiliteit stijgt van 14% (1-1-2016) naar 19% eind 2018. Doel is het bereiken van de veilige grens:

    > 30% (kengetal BZK) ultimo 2023. Dit kan zeker worden gehaald, als het beleid kan worden voortgezet.

  • –  stapsgewijze verhoging ozb woningen en niet woningen wordt zonder probleem gerealiseerd; ozb tarief voor niet woningen (bedrijven e.a.) blijft ook na 2023 ruim onder dat van Groningen (dat is in 2018 92%

    hoger dan in Haren).

  • –  extra ruimte voor belastingverhogingen is t/m 2023 niet nodig.
  • –  algemene reserve is toegenomen van € 4,1 miljoen (1-1-2016) naar € 9,4 miljoen (medio 2018) door

    jaarlijkse gerealiseerde begrotingsoverschotten; jaarrekening 2017 toont positief saldo van € 2,4 miljoen(0,7 miljoen hoger dan verwacht). De algemene reserve is ruim voldoende om risico’s op te vangen(Haren kent overigens nauwelijks risico’s, want er is nauwelijks sprake van grondexploitatie en er zijngeen risicovolle projecten).

  • –  schuldpositie wordt stapsgewijs verbeterd door verkoop panden en gronden voor nieuwbouw incentrum Haren; doel: schuldverlaging van € 75 miljoen (1-1-2016) naar € 63 miljoen (eind 2023). De begroting van Haren (elk jaar sluitend) biedt voldoende ruimte om de lasten van de schulden te dragen, geen kans op omvallen.

2. ‘Dit is het moment om de bestuurlijke organisatie van de regio afdoende en voor langere termijn te organiseren’ (antwoord op vraag van PVV) – de feiten

  •   Het is tekenend voor de kijk van de provincie (en daardoor ook van de regering) op de bestuurlijke omgevingvan Haren dat de begrippen ‘regio’ en ‘regionale context’ worden gebruikt alsof de wereld bij de provincie- grens ophoudt. Door de karakteristieken van landschap, dorpen, demografische opbouw, sociaal-econo- mische gegevens en de lange grens met Tynaarlo hoort de gemeente Haren bij het ‘groene’ deel van deRegio Groningen-Assen  de regio die al vele jaren een beleidsmatige en juridische realiteit is (waaraan in het herindelingsadvies volledig is voorbijgegaan). In dit regioverband zet Haren zich al jaren volledig met de zowel de Groningse als de Drentse partners in.
  •   De opstellers van Grenzeloos Gunnen  het rapport (2013) dat de basis vormt voor de herindelingen in Groningen  kregen van de provincie meteen al niet de ruimte om over de provinciegrens te kijken. Dit belemmert nu het denken over een optimale en toekomstgerichte bestuurlijke organisatie van het zuidelijke deel van de Regio Groningen-Assen, met het oog op o.a. het behoud en de versterking van de grote landschappelijke kwaliteiten (Nationaal Park Drentsche Aa, Unesco Geopark De Hondsrug) en de vitaliteit van het landelijke gebied tussen de stedelijke kernen Groningen en Assen (een kerndoelstelling van staand interprovinciaal beleid voor deze regio).

3. ‘Door onwil van Tynaarlo is samenwerking/samengaan met Tynaarlo geen optie (antwoord op vragen van CDA, D66, PVV, OSF c.s.) – de feiten:

 Het college van Tynaarlo heeft nimmer herindeling met Haren uitgesloten. Het stelde op 18 september 2015 aan het college van Haren voor om de bestaande samenwerking te verbreden, met een samengaan op middellange termijn als mogelijke uitkomst.
Toelichting: Tynaarlo is in 1998 ontstaan uit een gemeentelijke herindeling en heeft daaruit geleerd dat voor fusieproces voldoende tijd moet worden uitgetrokken om dat zorgvuldig te doen, de bevolking hierin mee te nemen en onderling vertrouwen op te bouwen.

page4image3786080page4image5812304page4image5784016page4image5811056page4image5782768page4image5812512page4image5812928page4image5813344page4image5780896page4image5781520page4image5808352

4

  •   Het college van Haren brak, ook in september 2015, een verkennend gesprek met Tynaarlo af op grond van het besluit van GS van Groningen d.d. 1 september 2015 dat de mogelijkheid van een zelfstandig Haren openliet (zie hierover voorbeeld 4, eerste bullit).
  •   Het college van Tynaarlo herhaalde op 7 september 2016, in antwoord op een schriftelijke vraag van een raadslid, dat Tynaarlo openstaat voor meer ambtelijke samenwerking met Haren.
  •   Burgemeester Thijsen van Tynaarlo sprak tijdens de hoorzitting van de vaste commissie voor BiZa van de Tweede Kamer op 19 januari 2018 in Groningen dit standpunt van Tynaarlo over samenwerking en samengaan nogmaals uit.

4. ‘Er is geen ruimte voor zelfstandig blijven van Haren.’ (antwoord op vragen van CDA, VVD, D66, PVV, OSF c.s.) –defeiten:

  •   Op 1 september 2015 besloten GS ‘niet eigenstandig gebruik te zullen maken van hun bevoegdheid omherindelingsvoorstellen te doen, als daarvoor geen draagvlak bestaat bij de betrokken gemeenten; zo werd een in het collegeakkoord opgenomen coalitieafspraak geformaliseerd. In reactie hierop besloot het college van Haren het verkennende gesprek met Tynaarlo over samenvoeging te beëindigen, erop rekenend dat de urgentie was weggevallen. Het college stelde de raad daarom voor dat Haren zelfstandig zou blijven, de raad stemde hiermee op 14 december 2015 in (12 stemmen voor 5 stemmen tegen; voor stemden: D66, GVH, CDA en VVD). GS hadden voordien geen enkel signaal gegeven dat zelfstandigheid niet mogelijk was. Integendeel, zij bevestigden hun besluit van 1 sept. 2015 in een brief aan de raad (3 dec. 2015).
  •   Op 15 dec. 2015 kwamen provincie en gemeente overeen dat het raadsbesluit diende te worden onder- bouwd. Dit leidde tot een  door de provincie betaald  bestuurskrachtonderzoek door B&A, met als centra- le onderzoeksvraag: Heeft de gemeente Haren zelfstandig een robuuste en bestuurskrachtige toekomst in regionaal perspectief? Ook deze afspraak bevestigde dat GS ruimte zagen voor behoud van zelfstandigheid.
  •   B&A constateerde zes tekortkomingen; de gemeente zou die zelf kunnen oplossen (3 mrt. 2016). De belang-rijkste: ‘de financiële spankracht is beperkt bij een hoog voorzieningenniveau en schuldenpositie – dit heeft nadelige invloed op de bestuurskracht en levert maatschappelijke en financiële risico’s op’. Deze tekort- koming was eerder geconstateerd door Berenschot (dec. 2014) en later bevestigd in twee onderzoeken van Deloitte (mei/(juni 2016). De andere vijf tekortkomingen zijn niet door andere onderzoeken aangewezen.
  •   Op verzoek van de begeleidingsgroep, incl. de provincie, gaf B&A voor elke tekortkoming advies aan de gemeente over te kiezen oplossing.
  •   GS boden Haren daarop ruimte voor het maken van een verbeterplan, maar achtten het in het belang van de inwoners van Haren dat parallel hieraan Haren met Groningen en Ten Boer in gesprek ging over herindeling. Alleen zo kon de gemeente, aldus GS, een weloverwogen keuze maken tussen zelfstandig blijven of herindelen, op basis van een vergelijking van de uitkomsten van beide sporen: waarmee worden onze inwoners het beste gediend? (brief GS d.d. 15 mrt 2016; art. 8 arhi-besluit d.d. 30 mrt 2016; toelichting GS in vergadering Statencommissie Bestuur op 13 april 2016).
  •   Het college van Haren maakte, samen met inwoners, een verbeterplan in lijn met de adviezen van B&A. De gemeenteraad stelde dit plan op 15 juni 2016 vast met nog verdergaande maatregelen om de financiën op orde te brengen en dit in een hoger tempo (looptijd 2017-2023 i.p.v. 2017-2030).
  •   Vervolgens maakte de raad op 15 juni 2016 de verlangde vergelijking en afweging, met als resultaat: met behoud van zelfstandigheid worden de inwoners van Haren beter gediend dan met herindeling met Groningen/Ten Boer.
  •   Hoewel Haren hiermee aan alle voorwaarden van de provincie had voldaan, besloten GS op 28 juni 2016 tot voorbereiding van een herindelingsontwerp voor Groningen, Haren en Ten Boer. Aan het verbeterplan en de keuze van de raad werd volledig voorbijgegaan. GS baseerden hun besluit over Haren exclusief op de conclu- sies van een – buiten medeweten van Haren – inderhaast in hun opdracht door B&A verrichte toetsing van de ontwerpversie van het verbeterplan, zoals dit door het college aan de raad was voorgelegd. Dus: niet op de door de raad aangescherpte, definitieve versie van het verbeterplan. Het ombuigingspakket van de raad

page5image5782976page5image5779232

5

werd immers pas op 15 juni bekend, terwijl het toetsingsrapport al op 10 juni verscheen. Met andere woorden: de conclusies van de toetsing door B&A waren door de feiten achterhaald en konden niet meer dienen als onderbouwing van het GS-besluit van 28 juni 2016 (zoals besproken in voorbeeld 1, eerste bullit).

  •   Conclusie: er is geen bewijs dat het verbeterplan ontoereikend was en is om de in maart 2016 gecon- stateerde tekortkomingen op te lossen (wordt wel gesuggereerd in het antwoord op de vraag van D66).
  •   Bestuurskracht: Haren laat al jaren onafgebroken zien dat het zijn wettelijke taken prima kan uitvoeren én zelfs nu nog kan investeren (grootschalig integraal huisvestingsplan scholen). Het krijgt een hoog klant- tevredenheidscijfer bij de uitvoering van Participatiewet, WMO en publieke zaken. Met het in acht weken maken van een effectief verbeterplan heeft de gemeente trouwens ook bestuurskracht getoond.

5. ‘Door provincie gevoerde proces is behoorlijk en conform de procedurele vereisten verlopen’ (antwoord op vragen van CDA, D66, PVV en OSF c.s.) – de feiten:

  •   In het verzoek d.d. 21 juli 2016 van de gemeente Haren tot schorsing en vernietiging van de besluiten van GS d.d. 30 maart 2016 en 28 juni 2016 en het rapport De ongemakkelijke waarheid over het herindelingsdossier Haren (Burgercomité Haren, nov. 2016) wordt een lange rij onzorgvuldigheden van het proces opgesomd, met schriftelijke bronnen gedocumenteerd en uitvoerig toegelicht. Uit niets is tot nu toe gebleken dat de regering bij de toetsing die zij zegt te hebben verricht, hieraan serieus aandacht heeft besteed. Het is hoogst onwaarschijnlijk dat degenen aan de Harense kant die de gehele procedure van nabij hebben meegemaakt, het op alle punten bij het verkeerde eind hebben en/of dat hun klachten zodanig uit de lucht gegrepen zijn dat ze geen aanspraak maken op grondige aandacht van de wetgever.

    De belangrijkste punten van kritiek betreffende de zorgvuldigheid en behoorlijkheid van het handelen van

    de provincie, naast de hierboven onder 1 t/m 4 beschreven voorbeelden, worden hieronder weergegeven.

  •   Op 30 maart 2016 werd Haren, zonder voorafgaande aankondiging, door GS gedwongen tot open overleg met Groningen en Ten Boer over gezamenlijke herindeling. Dit besluit op basis van artikel 8, eerste lid, Wet arhi werd genomen op de laatste werkdag van Max van den Berg, buiten de reguliere collegevergadering om, en niet vermeld in de besluitenlijst van GS. Het stond op gespannen voet met het Beleidskader

    gemeentelijke herindeling.

  •   Met hun besluit gingen GS in tegen hun voor de gehele provincie geldende besluit van 1 september 2015(‘geen herindeling van bovenaf’; ‘gemeenten zijn in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor de kwaliteitvan het lokale bestuur en zelf aan zet als het gaat om het vinden van oplossingen om hun huidige entoekomstige maatschappelijke opgaven goed op te kunnen blijven pakken’), dat op 3 december 2015 werd bevestigd aan de raad van Haren. GS hebben nooit verantwoord waarom zij zich (uitsluitend) voor Haren niet meer gebonden achtten aan hun besluit uit 2015 en waarom ze dat besluit uit in het provinciale herindelingsadvies aan minister Plasterk weglieten. De coalitiefracties in PS hebben GS nooit publiekelijk aangesproken op dat afwijken van hun besluit en daarmee ook van hun collegeakkoord.
  •   GS beloofden het gemeentebestuur en de burgers van Haren dat zij invloed konden uitoefenen op het (ontwerp) herindelingsontwerp en herindelingsadvies. Toen hier een lawine van kritische inspraak op volg- de, concludeerden GS dat er geen aanleiding was om aan beide ontwerp-documenten iets te veranderen.
  •   De commissaris van de Koning en de coalitiepartijen hebben nimmer iets gedaan opengesteld met de aanhoudende feiten onderbouwde klachten, bezwaren en zienswijzen door de gemeente en burgers van Haren geuit over a) het optreden van GS en b) de onderbouwing van hun opvatting dat Haren bij Groningen diende te worden gevoegd. CdK en coalitiepartijen hebben de verantwoordelijke gedeputeerde zonder uitzondering onvoorwaardelijk gesteund.
  •   De commissaris van de Koning, tevens voorzitter van het college van GS en van PS, heeft letterlijk niets gedaan met de feiten waarmee het Burgercomité Haren, in een gesprek op 9 januari 2017 aantoonde, dat het door het college aan PS voorgelegde ontwerp herindelingsadvies op diverse punten een onjuist, dan wel onvolledig beeld gaf van a) de gevolgde procedure en wat daaraan vooraf was gegaan en b) de onder- bouwing van het advies tot samenvoeging van Haren met Groningen en Ten Boer.

6