parkeerbonnen affaire :vragen van GVH en CDA

 

Geacht College,

 

Het CDA en GVH zijn verbijsterd over het verscheuren door de gemeente van parkeerboetes van ambtenaren. Wij als gemeente maken de regels en zullen dus zelf het goede voorbeeld moeten geven. Een ambtenaar is net als iedereen ook een gewone burger, die zich moet houden aan de regels die we met elkaar afspreken.

 

Een ambtenaar heeft altijd de keuze om zijn auto correct te parkeren of om een parkeerbonnetje te kopen om zo een boete te voorkomen. Hij heeft dus een eigen verantwoordelijkheid. Deze verantwoordelijkheid kan hij niet afwentelen op de gemeente. Tenzij die gemeente een praktijk creëert die daartoe de ruimte biedt. Verwerpelijk vinden wij. Alle burgers zijn gelijk en moeten op dezelfde wijze worden behandeld. Dit raakt aan de integriteit van het gemeentebestuur. Voor ons gaat het hier over de geloofwaardigheid van het bestuur en daarvan afgeleid de legitimatie van dat bestuur. Oprecht (zonder aanzien des persoon), behoorlijk (altijd op dezelfde wijze), onkreukbaar (zonder invloed van anderen) en verantwoord (uitlegbaar aan anderen) handelen zijn kwaliteiten van behoorlijk bestuur en dragen bij aan de legitimatie van dat bestuur. Het is de basis voor een betrouwbare overheid.

 

In die zin is er wel degelijk wat aan de hand. Mensen zijn geschokt en we zien veel reacties in de Harense media. Men maakt zich vooral druk over de ongelijkheid die hieruit spreekt. Daarmee geven mensen uiting aan hun onvrede over het bestuur. In onze optiek is de geloofwaardigheid van het gemeentebestuur als geheel in het geding. Daarom vinden wij de volgende vragen ook relevant:

Voor wie was deze praktijk van het verscheuren van parkeerboetes gemeengoed? Was het een interne huisregel waar alle ambtenaren een beroep op konden doen? Of was het een interne huisregel waarvan vooral bestuurders (collegeleden en de hoogste ambtenaren) gebruik van hebben gemaakt?

  1. Kunt u aangeven welke legitimatie er zou zijn geweest om parkeerboetes te verscheuren? Als er geen legitimatie bestaat, bent u het dan met ons eens dat de kwaliteit van behoorlijk bestuur ernstig is geschaad? Op welke wijze wilt u werken aan een verbetering van de integriteit van het bestuur?

 

In de krant lezen wij (de tekst bestaat deels uit quotes (of: staat tussen aanhalingstekens), waardoor wij aannemen dat de heer Sieling dit zo gezegd heeft) dat de heer Sieling voor het eerst daarmee werd geconfronteerd in de zomer 2010. Hij was voor spoedberaad naar het gemeentehuis geroepen. Hij koos ervoor om te parkeren zonder een parkeerbon te kopen. Een eigen keuze en een eigen verantwoordelijkheid. Toen hij vervolgens een bekeuring kreeg en daarover sprak met de ambtenaar die daarover gaat, werd zijn bekeuring eenmalig niet geïnd. Dat roept de volgende vragen op:

 

Was de heer Sieling op dat moment op de hoogte van deze regeling? Waarom heeft de heer Sieling de bekeuring besproken met de ‘ambtenaar die daarover gaat’ en waarom heeft hij deze bekeuring niet direct zelf betaald zoals iedere burger dat zou doen?

  1. Uit het stukje in Harendekrant leiden wij af dat de heer Sieling het een vreemde gang van zaken vond. Waarom heeft de heer Sieling het dan toch laten gebeuren? En heeft hij direct aansluitend zelf een onderzoek ingesteld naar de interne regels waarop een dergelijke beslissing van een ambtenaar gebaseerd zou kunnen zijn? Wat heeft dat onderzoek opgeleverd? En welke conclusies heeft de heer Sieling daaruit getrokken? En is dat onderwerp direct aansluitend onderwerp van gesprek geweest in het college beraad? Wie is de verantwoordelijk wethouder in deze kwestie (innen van parkeerboetes)? Als de heer Sieling zelf verantwoordelijk is als wethouder heeft hij dan ook direct de burgemeester of zijn collega’s verwittigd over een kennelijk gangbare praktijk die op zijn zachtst gezegd vreemd overkomt? Wanneer zijn collega’s uit het college voor het eerst geconfronteerd met deze kennelijk gangbare praktijk?

Uit de tekst op Harendekrant leiden wij verder af dat het college na de zomer 2011, nadat de nieuwe gemeentesecretaris in dienst is gekomen, een einde heeft gemaakt aan de uitzonderingsregeling. We lezen ook dat hij ‘toen’ (klinkt als zomer 2010?) met de heer Pek dit onderwerp heeft besproken, waarbij deze aangaf dat het niet zou kunnen. De heer Sieling geeft aan dat hij ‘later’ (klinkt als voorjaar 2011) de boete alsnog heeft betaald.

 

1. Wanneer is dat overleg met de heer Pek geweest? Was dat in de zomer van 2010 of was dat veel later (graag datum noemen)? Waarom heeft dat overleg met de heer Pek plaats gevonden? Is hier gesproken over de integriteit? En was dat gesprek direct aanleiding om de parkeerboete alsnog te betalen? Wanneer heeft, graag de datum noemen, de heer Sieling zijn parkeerboete alsnog betaald? En was dat gesprek de directe aanleiding om de regeling per direct af te schaffen door een college besluit? Was het afschaffen de uitzonderingspositie door het college van B&W of was het gesprek met de heer Pek de reden om deze parkeerboete alsnog te betalen?

  1. Waarom heeft het college pas een jaar later een einde gemaakt aan deze uitzonderingsregel? Wat is er tussen de zomer van 2010 en de zomer van 2011 gebeurd waardoor deze uitzonderingsregel ineens niet langer werd gedoogd? Wanneer is dit onderwerp voor de eerste keer onderwerp van gesprek geweest in het college beraad? Is het überhaupt besproken in de vergadering van B&W of is het besproken in een overleg tussen burgemeester en verantwoordelijk wethouder? Wat was de rol van de andere wethouders?
  2. Als het college de regel ongedaan heeft gemaakt, waarom heeft zij daarover niet open en transparant gecommuniceerd? Nu heeft zij zich gehuld in stilzwijgen en komt dit op deze wijze naar buiten. Bent u het met ons eens dat het gemeente bestuur als geheel op deze wijze in een negatief daglicht wordt geplaatst? En bent u het met ons eens dat dit voorkomen had kunnen worden door zelf proactief te communiceren over veranderingen in de cultuur?

 

 

 

De heer Sieling benadrukt in het artikel op Harendekrant dat het ‘niet innen van een bekeuring bij ambtenaren incidenteel heeft plaatsgevonden en altijd gerelateerd was aan de werkzaamheden op het gemeentehuis’. Het lijkt alsof de heer Sieling het handelen op het gemeentehuis wil vergoelijken. Dat roept naar ons idee alleen maar meer weerstand op tegen de gangbare praktijk.

 

Het kan zijn dat er sprake is van werkgeversaansprakelijkheid. Daarvan zou sprake kunnen zijn indien medewerkers in het kader van de uitoefening van hun beroep een bekeuring oplopen, tenzij er sprake is van roekeloos of opzettelijk gedrag van de werknemer.

 

Kan er in Haren sprake zijn van zodanig werkgerelateerd handelen dat bewust een parkeerboete wordt uitgelokt? Is er sprake van werkgeversaansprakelijkheid? Geeft de werkgever opdracht om bewust verkeerd te parkeren? Als dat niet zo is, ligt daarmee de verantwoordelijkheid voor de overtreding volledig bij de ambtenaar?

  1. Bent u het met ons eens, dat wanneer een ambtenaar zijn auto parkeert zonder het kopen van een parkeerbon, hij bewust het risico neemt op het verkrijgen van een parkeerboete? En bent u dan ook met ons van mening dat hij te allen tijde deze boete zelf zou moeten voldoen?
  2. Hoe kan het dan zijn dat er een praktijk bestond in Haren waarbij parkeerovertredingen van ambtenaren werden verscheurd en zij geen boete hoefden te betalen? Waarop was deze praktijk gebaseerd? Bestond er een juridische grondslag die deze praktijk rechtvaardigde? Of is er sprake geweest van ingesleten gedrag zonder dat daar interne beleidsregels voor zijn uitgegeven?
  3. Als dit laatste waar is vindt u dan ook dat hiervan een verkeerd signaal uitgaat richting de samenleving? Wist u als college van het bestaan van deze regeling? En als u vindt dat een dergelijke regeling geen bestaansgrond heeft, hoe kan deze praktijk zo lang hebben bestaan?

Gedragscode

 

Sinds 1 maart 2006 is het voeren van een integriteitbeleid een wettelijke verplichting op grond van de Ambtenarenwet. Er moet aandacht worden besteed aan het bevorderen van integriteitbewustzijn en aan het voorkomen van misbruik van bevoegdheden, belangenverstrengeling en discriminatie. Ook moet het bevoegd gezag ervoor zorgen dat het integriteitbeleid vast onderdeel uitmaakt van het personeelsbeleid, onder andere door integriteit in functioneringsgesprekken en werkoverleg aan de orde te stellen, en door scholing en vorming aan te bieden op het gebied van integriteit. Elke overheid moet op grond van diezelfde verplichting, een gedragscode hebben voor goed ambtelijk handelen.

 

Niet alleen het feitelijk handelen moet worden voorkomen, maar ook de schijn ervan moet worden vermeden. De eigen gedragscode (uit 2003!) zegt daar ook iets over.

 

  1. Heeft de gemeente Haren integriteitbeleid als vast onderdeel van het personeelsbeleid geïmplementeerd in de organisatie? Is er een gedragscode voor goed ambtelijk handelen?
  2. Een bestuurder zweert dat hij ‘zich zal gedragen als een goed ambtenaar betaamt, zorgvuldig, onkreukbaar en betrouwbaar zal zijn en niets zal doen dat het aanzien van het ambt zal schaden’. Heeft de heer Sieling in voldoende mate zich gehouden aan de uitgangspunten van deze regel?
  3. Is het college bereid de eigen gedragscode uit 2003 te herzien?

 

 

 

Parkeerontheffing

 

De volgende vragen gaan over parkeerontheffingen. In de reacties op Harendekrant lezen wij daarover een aantal keren en vragen ons af voor welke ambtenaren deze ontheffingsmogelijkheden bestaan.

 

 

 

  1. Is het juist dat ambtenaren die met de auto komen een parkeerontheffing hebben? Geldt de parkeerontheffing voor alle ambtenaren die met de auto komen of alleen om die ambtenaren die de auto uit hoofde van hun functie frequent en dagelijks nodig hebben (ambulante status)? Om hoeveel ambtenaren gaat het dan? Is dit een bestaande regeling die voortkomt uit CAO afspraken? Betaald de ambtenaar voor die ontheffing leges? Krijgt hij een korting op die leges? Is een dergelijke korting uitlegbaar? Zo niet, zou deze korting dan wel gegeven moeten worden?

 

 

 

Parkeerbeleid

 

In december 2009 hebt u de raad toegezegd met nieuw parkeerbeleid te komen. In 2010 hebt u die toezegging herhaald. Onderdeel van dat parkeerbeleid zou zijn het verstrekken van ontheffingen aan ambtenaren. Want met een ontheffing nemen zij parkeerplaatsen in die anders beschikbaar zijn voor winkelend publiek.

 

  1. Kunt aangeven wanneer u dit nieuwe parkeerbeleid nu eindelijk eens zult aanbieden aan de gemeenteraad?

 

 

 

Declaratiegedrag

 

Wij vragen ons af of er voor wat betreft de parkeerboetes sprake is van een eenmalig kwestie of van een structureel onderliggend probleem. Die onzekerheid wordt ingegeven door de weinig open wijze van communicatie door het college zelf. Had zij in onze ogen direct actief gecommuniceerd over wat zij heeft aangetroffen en welke maatregelen zij heeft genomen, dan had dat flink kunnen bijdragen aan de betrouwbaarheid van het gemeente bestuur. Door dat niet te doen laat zij ruimte voor twijfel. Twijfel die door mensen in het dorp wordt geuit. Wij als volksvertegenwoordigers vinden dat daar een negatief signaal vanuit gaat. Daarom hebben wij de volgende vragen:

 

  1. Heeft het college declaratieregels opgesteld voor college leden? Hoe wordt daar in de praktijk mee omgegaan? Kunt u ons inzage geven in een aantal soorten declaraties van college leden uitgesplitst naar persoon?

 

 

 

 

 

vragen vergunningverstrekking Intermezzo GVH-CDA-D66

 

Datum: 3 januari 2011.

Onderwerp: Intermezzo.

 

Geacht College,

 

De gemeente geeft de heer Bruns toestemming voor een groter bouwwerk dan volgens een in 2007 afgegeven vergunning gebouwd had mogen worden. Dat is niet de correcte werkwijze, zegt de gemeente nu in een persbericht. De heer Bruns treft geen blaam.

 

De vragen die dit oproept zijn: wie heeft deze toestemming verstrekt? Waarom zijn de procedures niet gevolgd? En hoe kan het dat in een procedurele omgeving (zoals een gemeente toch is om willekeur te voorkomen) een dergelijke toestemming wordt gegeven?

 

Uit de door ons geraadpleegde stukken blijkt dat het college de gangbare spelregels in verschillende situaties verschillend toepast. Dat betekent een rechtsongelijkheid in het toepassen van wet- en regelgeving. Er bestaat een risico van willekeur. Juist de burger moet vertrouwen kunnen hebben in een overheid die consistent is in het naleven van de regels. De gemeente draagt doorvoor zorg.

 

Dat de gemeente belanghebbende is in de vorm van een aangekleed plein, zonder verdere bouwactiviteiten, betekent niet dat de regels niet moeten worden nageleefd.

 

Dit raakt aan de integriteit van het gemeentebestuur. Voor ons gaat het hier over de geloofwaardigheid van het bestuur en daarvan afgeleid de legitimatie van dat bestuur. Oprecht (zonder aanzien des persoon), behoorlijk (altijd op dezelfde wijze), onkreukbaar (zonder invloed van anderen) en verantwoord (uitlegbaar aan anderen) handelen zijn kwaliteiten van behoorlijk bestuur die bijdragen aan de legitimatie van dat bestuur. Het is de basis voor een betrouwbare overheid. Daarmee is gezegd dat niet alleen het resultaat voor de burger telt, maar ook het proces waarin dat resultaat tot stand komt.

 

Nu werden we eind december geconfronteerd met de kwestie van het verscheuren van de parkeerboetes. Ook een voorbeeld dat raakt aan de bestuurlijke kwaliteiten de gemeente.

 

De fracties van CDA, GVH en D66 hebben het dossier Intermezzo bekeken. Er is een bouwaanvraag gedaan in 2007. Het college heeft daarop een positief besluit genomen (5439). Daarna is er een nieuwe bouwaanvraag[1] gedaan in 2009 in een gewijzigde vorm met een grotere oppervlakte dan oorspronkelijk. Op 1 juli 2008 treedt de nieuwe wet Ruimtelijke Ordening in werking. De bouwaanvraag gedaan in 2009 valt na deze datum. In het dossier bevindt zich een kopie van een beslisstuk dat in het college besproken zou zijn. Het origineel ontbreekt en de besluitvorming is niet helder.

 

Daaruit dringen de volgende vragen zich aan ons op:

  • Valt de nieuwe bouwaanvraag (uit 2009) onder de nieuwe wet RO? Is de nieuwe aanvraag (uit 2009) afgehandeld in het kader van de oude wet of in het kader van de nieuwe wet RO? Als dat laatste niet zo is, hoe kan het dan gebeuren dat voor de nieuwe plannen niet de gebruikelijke procedure is gevolgd? Bestaat daarvoor een legitimatie?
  • Is er een collegebesluit genomen om de vergunning op de bouwaanvraag uit 2009 te verlenen? Zo ja, mogen wij dit besluit inzien?
  • Is er sprake van het verlenen van toestemming voor een gewijzigde bouwaanvraag (uit 2009, die niet voldeed aan bestemmnigsplan) onder de oude vergunning van 2007 (die na de gevoerde art 19-3 procedure wel aan het bestemmingsplan voldeed)? Is dit een collegebesluit? Zo ja, mogen wij inzage in dat besluit? Zo nee, is dit ambtelijk afgedaan? Op welke wijze heeft dat plaatsgevonden? Is er een legitimatie waarop de ambtelijke afhandeling is gebaseerd? Als die legitimatie ontbreekt welke sancties staan daar dan op?

 

Tenslotte vragen wij of het college bereid is een Quick Scan op de processen uit te voeren en de raad daarover te rapporteren? Met als doel vast te stellen of regels die raken aan de rechten van burgers altijd op dezelfde wijze worden uitgevoerd in contact met burgers cq.

 

In afwachting van uw reactie verblijven wij,

Met de meeste hoogachting,

 

 

 

 

 

René R. Valkema,

Namens de CDA fractie in Haren.

 

Wil Legemaat,
namens de fractie van D66 Haren

 

Mariska Sloot,

Namens de fractie van GezondVerstandHaren.

 

 

Bijlage 1: Persbericht

 

Gemeente verstrekt nieuwe bouwvergunning Intermezzo

 Het college van B en W heeft in 2007 een bouwvergunning verstrekt voor de uitbreiding van het paviljoen Intermezzo aan het Raadhuisplein/Rijksstraatweg te Haren. Deze bouwvergunning is destijds ook gepubliceerd.

Een aantal weken geleden bleek dat door de graafwerkzaamheden de levensvatbaarheid van de Lindeboom bij Intermezzo in gevaar kwam. Het college heeft toen bij een controle geconstateerd dat volgens de bouwvergunning van 2007, de boom kon blijven staan.

De gemeente is vervolgens in overleg gegaan met de aanvrager van de vergunning. In dat overleg bleek dat het gemeentebestuur in 2009 de aanvrager per brief toestemming heeft gegeven voor een grotere uitbreiding dan in de bouwvergunning van 2007 stond. Dit was niet volgens de juiste procedure. Later in het jaar 2009 werd – eveneens volgens een onjuiste procedure – een bouwtekening van de uitgebreide verbouwing goedgekeurd.

Na overleg met de gemeente heeft de aanvrager recent een nieuwe, uitgebreide bouwvergunning aangevraagd onder gelijktijdige intrekking van de vergunning van 2007. De aanvraag voor de nieuwe bouwvergunning is in behandeling genomen en is volgens de daarvoor geldende procedures getoetst aan de voorschriften. Op basis daarvan wordt de nieuwe bouwvergunning nu gepubliceerd.

Inmiddels heeft de burgemeester een noodkapvergunning afgegeven voor de verplaatsing van de lindeboom. De boom is verplaatst naar het plantsoen aan de Dilgtweg in Haren.

 



[1] Deze zat niet in het dossier dat wij hebben ingezien, maar het jaar leiden wij af uit het persbericht.